Duurzaam ondernemen is een breed en veelomvattend begrip. In gesprekken met ondernemers merken we dat er nog vaak onduidelijkheid bestaat: wanneer ben je nu écht duurzaam bezig, en welke rol speelt CO₂ daarin? Het antwoord is genuanceerd. CO₂-emissies zijn belangrijk, maar vormen slechts één onderdeel van een veel groter geheel rondom het thema duurzaamheid.
Wanneer bedrijven hun duurzaamheid willen meten, blijkt dit al snel een complexe en kostbare exercitie. Met name grotere organisaties beschikken over de middelen, kennis en capaciteit om uitgebreide duurzaamheidsrapportages op te stellen. Denk bijvoorbeeld aan het impactverslag van Probo, Van Straaten of de ESG-rapportages van Cimpress, waar Drukwerkdeal onderdeel van is. In deze rapporten gaat het nadrukkelijk niet alleen over CO₂-reductie, maar ook over zorg voor medewerkers, veiligheid en gezondheid, afvalreductie, efficiënt gebruik van grondstoffen, circulariteit en de verantwoorde herkomst van materialen.

CO₂-berekeningen maken daar logisch onderdeel van uit. Ze bieden een eenduidige en gevalideerde manier om de klimaatimpact van een bedrijf en van producten inzichtelijk te maken. Hierdoor wordt het mogelijk om CO₂-impact per product of per organisatie met elkaar te vergelijken en onderbouwde keuzes te maken. Tegelijkertijd vertellen deze berekeningen slechts een deel van het verhaal. Duurzaamheid omvat namelijk ook aspecten die niet altijd direct in een CO₂-getal zijn terug te zien.
Dat wordt duidelijk bij materialen zoals papier, maar ook bij kunststoffen. Neem plastic als voorbeeld. De basisgrondstof is olie: een fossiele grondstof die wordt gewonnen, geraffineerd en chemisch omgezet tot polymeren. In een CO₂-berekening wordt vooral gekeken naar de emissies die vrijkomen tijdens deze stappen en naar de vraag of het plastic bestaat uit virgin materiaal of (deels) uit gerecycled materiaal. Minder zichtbaar in zo’n berekening zijn bredere duurzaamheidsvragen, zoals de impact van olie-winning op ecosystemen, geopolitieke afhankelijkheid en het omgaan met eindige, schaarse grondstoffen.

Voor de print- en signindustrie heeft dit directe consequenties. Het gebruik van gerecyclede kunststoffen, folies of andere halffabricaten met een gerecycled aandeel verlaagt aantoonbaar de CO₂-waarde van een product. Dit kan alleen wanneer leveranciers transparante en gevalideerde emissiedata aanleveren. Vervolgens speelt de eigen productie een belangrijke rol: het energieverbruik, de inzet van duurzame energiebronnen, de efficiëntie van machines en het optimaliseren van processen. Ook logistieke keuzes, zoals transportafstanden, beladingsgraad en transportmiddelen, beïnvloeden de totale CO₂-footprint.
Na levering kan een terugname- en recyclingprogramma een belangrijke volgende stap zijn in duurzaam ondernemen. Dat draagt bij aan afvalreductie en circulariteit, maar verlaagt niet automatisch de eigen CO₂-footprint. Dat gebeurt pas wanneer afvalstromen daadwerkelijk worden ingezet als nieuwe grondstof: idealiter binnen het eigen bedrijf, of door gebruik te maken van (deels) gerecyclede grondstoffen in de productie. In beide gevallen gaat het om materialen die (deels) uit hergebruik bestaan, waardoor voor dat deel geen nieuwe virgin grondstoffen nodig zijn.

De conclusie is helder: CO₂ is een belangrijk, transparant en relatief snel inzetbaar meetinstrument. Het maakt het mogelijk om de positieve impact tussen verschillende producten inzichtelijk en vergelijkbaar te maken en kan daarmee daadwerkelijk invloed hebben op bewuste productkeuzes. Transparantie in duurzaam produceren, bijvoorbeeld via een Environmental Product Declaration (EPD), vraagt echter om een bredere blik op de volledige keten. Pas dan ontstaat een realistisch en geloofwaardig beeld van wat duurzaam ondernemen werkelijk betekent.


