Op 7 oktober kwam de stuurgroep van het project Print&Sign PVC Recycling bij elkaar. Rond de tafel zaten producenten, groothandels, signmakers, printers en kennispartners die samen één vraag hebben onderzocht: kunnen we de zelfklevende PVC folie die onze branche dagelijks verwerkt een tweede leven geven? Het antwoord is voorzichtig, maar duidelijk positief. En dat is goed nieuws voor iedereen in ons vak.
Een onderzoek van en voor de sector
De TSE-haalbaarheidsstudie was een onderzoeksproject naar de technische, logistieke, economische en organisatorische haalbaarheid van een circulaire verwerkingsroute voor PVC-printfolie uit de Nederlandse Print&Sign-sector. Wat dit project bijzonder maakt, is wie het heeft gedragen. Ondernemers uit onze eigen industrie hebben zelf geld en tijd in het onderzoek gestoken. Bedrijven die elkaar normaal als concurrent tegenkomen, gingen samen aan tafel, omdat een oplossing voor ons restafval alleen gezamenlijk te vinden is. Onder de deelnemers zijn onder meer 3M Nederland, Antalis, Arlon Graphics, Bergslot (TVE-group), Circular Plastics Alliance, Cubord Signmakers, FESPA Nederland, Igepa Nederland, Nautasign, Omnimark B.V., PPP Nederland B.V., Print.com, Probo, Si’Bon, Spandex, Tanco Sign & Print, Textline Reclame voor morgen en Vink VTS.
Dankzij Kimm Besselsen en PPG&C, dat als penvoerder optrad, kon het consortium gebruikmaken van een RVO bijdrage uit de Topsector Energiesubsidie. Zo konden verschillende verwerkingsroutes echt in de praktijk worden getest, in Nederland en elders in de wereld.

Wat hebben we geleerd?
De belangrijkste conclusie: recycling van zelfklevende PVC films is een reële optie. Productieafval en folie die na gebruik van voertuigen, gevels en interieurs wordt verwijderd, kunnen worden verwerkt tot een waardevolle grondstof. Dat flexibele rPVC vindt zijn weg naar nieuwe producten, zoals tuinslangen, spatborden, wieltjes voor kruiwagens, rug van laminaat of tapijt en schoenzolen.
Niet elke route bleek begaanbaar. Mechanisch scheiden van folie en papieren rugvel lukte technisch wel, maar gaf onvoldoende kwaliteit en kostte te veel handwerk. Een combinatie van verkleinen, extruderen en continu filteren bleek het meest kansrijk. Op kleine schaal is daarmee rPVC gemaakt met minder dan 2% vervuiling.
Schoon scheiden is de sleutel
Er is wel een belangrijke voorwaarde, en die ligt bij ons allemaal. De kwaliteit van de grondstof valt of staat met wat we aanleveren. Het moet gaan om een monostroom: alleen PVC folie. Lijm, inkt en een PVC laminaat mogen erop zitten, andere kunststoffen horen er niet bij. Eén rol PET folie of een stuk plaatmateriaal tussen de snijresten kan een hele partij onbruikbaar maken. Circulair werken begint dus gewoon op de werkvloer, bij de bak naast de snijplotter.
Volume genoeg, financiering nodig
In Nederland wordt jaarlijks ruim 4.600 ton PVC-printfolie op de markt gebracht. Aan volume geen gebrek. De rekensom laat ook zien dat een keten economisch perspectief heeft, mits we die slim organiseren. De verkoop van gerecycled PVC alleen is namelijk niet genoeg om inzameling, transport en verwerking te betalen.
Daarom ligt er een voorstel voor een vrijwillige UPV, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het idee is eenvoudig. Bij de inkoop van PVC folie komt er een zeer geringe opslag op het materiaal, die wordt afgedragen aan een onafhankelijke stichting. Die stichting regelt de inzameling via regionale hubs, betaalt transporteur en verwerker, en bewaakt dat het geld ook echt naar recycling gaat. Voor signmakers en printers betekent dat gratis retourname van snijafval en overtollige PVC folie via hun leverancier.
En daar zit meteen een tweede voordeel. Wat retour gaat, belandt niet in de afvalcontainer. Dat scheelt in de reguliere afvalkosten, die naar verwachting de komende jaren verder stijgen.
Bovendien wordt het steeds lastiger om PVC afval kwijt te raken als brandstof voor energieopwekking. Afvalverwerkers stellen hogere eisen aan wat ze accepteren, en die lat gaat de komende jaren alleen maar omhoog. Door het nu zelf goed te regelen, houden we als sector grip op onze eigen verantwoordelijkheid. En wie aantoonbaar zijn zaken op orde heeft, maakt de kans een stuk kleiner dat er straks van buitenaf een verplichte methode wordt opgelegd.
De volgende fase: een eigen recyclingfabriek
Tijdens de bijeenkomst viel een zin die bleef hangen: de technische vraag wordt kleiner, de organisatorische vraag groter. In de volgende fase onderzoeken we of het ons als industrie lukt om zelf een PVC recyclingfabriek op te zetten en de retourstromen te organiseren via een UPV-stichting.
Daarvoor is een investering van ongeveer 2,5 miljoen euro nodig. Dat bedrag hoeft niet van één partij te komen. Subsidies, bijdragen van ketenpartners, private investeerders en een recyclingpartner kunnen samen het fundament leggen. Eerst volgt nog een validatieslag: aantonen dat de kwaliteit continu en op grotere schaal te halen is, en dat afnemers de grondstof ook echt willen kopen.
Doe mee
De stuurgroep vatte het samen in twee vragen. Kunnen we het? Wij geloven van wel. Willen we het? Dat is de beslissing die nu voor ons ligt.
Die beslissing nemen we niet alleen met de huidige deelnemers. Bent u producent, distributeur, groothandel, signmaker of printer en wilt u meedenken, meedoen of als koploper zichtbaar zijn? Neem dan contact op met FESPA Nederland. Hoe meer bedrijven aansluiten, hoe eerder onze folie niet in de verbrandingsoven belandt, maar in een nieuw product.
13 okt 2026 · @Eduard Hoogendijk





























