De impact van nieuwe Europese wetgeving op de visuele communicatie-industrie
De visuele communicatie-industrie staat aan de vooravond van ingrijpende veranderingen. Op relatief korte termijn zullen bedrijven de invloed van nieuwe wet- en regelgeving, voortkomend uit de Green Deal van het Europees Parlement, gaan ervaren.
Deze maatregelen zijn geen abstracte beleidsstukken, maar concrete stappen richting een klimaatneutrale economie in 2050. En hoewel dat moment nog ver weg lijkt, en de regelgeving op dit moment nog niet direct is gekoppeld aan materialen en toepassingen binnen de print- en signindustrie, is het duidelijk dat er nú al stappen nodig zijn om straks aan deze doelstellingen te kunnen voldoen.
Voor aanpalende sectoren, zoals textiel (met name kleding) en verpakkingen (vooral kunststoffen), gelden inmiddels al strengere regels en concrete doelstellingen. Deze ontwikkelingen geven een duidelijke richting aan en maken zichtbaar wat op termijn ook voor de visuele communicatie-industrie relevant zal worden.

De Groene Transitie: Circulair Denken en Handelen
Een van de meest significante verschuivingen die we zullen zien in ons dagelijks leven, is de overgang naar circulair denken en handelen. In een circulaire samenleving bestaat er geen afval meer. Alle herwonnen grondstoffen worden opnieuw gebruikt voor het creëren van nieuwe producten. Dit betekent dat materialen die eerder zijn gebruikt om een product te maken, opnieuw in de productieketen worden opgenomen. Dit creëert een fiber-to-fiber loop voor textiel en een plastic-to-plastic loop voor alle soorten kunststoffen. Deze aanpak is niet alleen duurzaam, maar ook economisch voordelig op de lange termijn. De publieke opinie is onverbiddelijk in hun oordeel. Plastics hebben een slecht imago en papier is voor veel mensen een voorbeeld van een groen product. Als we het anders willen, zullen we ook andere keuzes moeten maken.
De eerste stap: CSRD-wetgeving
De eerste belangrijke wet die vanaf 2025 wordt geïmplementeerd, is de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Deze wetgeving verplicht grote bedrijven om inzicht te geven in de bouwstenen van hun economische activiteiten, met specifieke aandacht voor milieu, arbeidsomstandigheden en governance (ESG). Dit systeem bevordert transparantie en zorgt ervoor dat bedrijven op een uniforme manier rapporteren.
Dit zal ook kleinere print- en signbedrijven beïnvloeden, omdat opdrachtgevers deze inzichten steeds vaker zullen eisen. Transparantie over certificeringen, duurzaamheidswaarborging, carbon footprint en life cycle analysis (LCA) zal daarbij een steeds belangrijkere rol spelen, zeker nu opdrachtgevers hier actief eisen aan gaan stellen. Ook de UN SDG’s (Sustainable Development Goals) krijgen hierin een grotere rol.
Waarom transparantie cruciaal is
Het creëren van transparantie is niet alleen een kwestie van wetgeving, maar ook een manier om vertrouwen bij opdrachtgevers te winnen. Zij zijn steeds meer geïnteresseerd in de herkomst en impact van de producten die zij inkopen. Door transparanter te zijn over processen en keuzes, kunnen bedrijven zich onderscheiden in een competitieve markt.
In toenemende mate zien we dat sectoren niet wachten op wetgeving, maar zelf invulling geven aan hun verantwoordelijkheid. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV / EPR) is een voorbeeld van een proactieve reactie van het bedrijfsleven op klimaatverandering en milieubelasting. Door zelf oplossingen te ontwikkelen voor hergebruik van grondstoffen, kunnen bedrijven hun belangen beter beschermen en invloed uitoefenen op toekomstige wetgeving.
De tweede stap: Bijmengwet vanaf 2027
Een andere belangrijke maatregel die vanaf 2027 in Nederland van kracht wordt, is de bijmengwet (Nationale Circulaire Plastic Norm). Deze verplicht dat kunststofproducten die in Nederland worden geproduceerd en verkocht, voor minimaal 15% uit gerecyclede of biobased grondstoffen bestaan.
In 2030 zal deze wetgeving naar verwachting Europees worden uitgerold, waarbij het percentage stijgt naar minimaal 30%. Nederland loopt hiermee voorop met nationale regelgeving.
Dit betekent dat het voor bedrijven steeds complexer wordt om grondstoffen uit andere productstromen toe te passen buiten hun eigen circulaire keten. De overheid richt zich daarbij primair op de kunststofverwerkende sectoren: verpakkingen, bouw en maakindustrie. Deze sectoren vertegenwoordigen het grootste volume in plasticgebruik en afvalstromen, waardoor de impact hier het grootst zal zijn.
Op dit moment zijn er nog geen specifieke maatregelen voor kunststoffen binnen visuele communicatie. Dat betekent echter niet dat er geen ontwikkelingen zijn. Materialen zoals acrylaat (PMMA), polyester (PET) en andere kunststoffen kunnen inmiddels al voor een aanzienlijk deel uit gerecyclede grondstoffen bestaan.
De effecten op de polyester textielindustrie
Een van de meest opvallende gevolgen van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) is de impact op de zogenaamde bottle-to-fiber-keten binnen de polyester textielindustrie. Onderzoek laat zien dat een groot deel van de PET-flessen wordt gebruikt voor de productie van textielvezels — volgens sommige studies zelfs tot 85%.
De bijmengwet zal deze ontwikkeling waarschijnlijk veranderen, omdat deze vorm van recycling de circulaire economie beperkt ondersteunt en zelfs verstorend kan werken voor gesloten materiaalketens.
De focus van de overheid ligt momenteel op kleding (inclusief sport- en werkkleding). Het doel is dat vanaf 2030 alle textielproducten op de Nederlandse markt voor minimaal 50% uit duurzame materialen bestaan, waarvan minimaal 15% uit post-consumer vezel-tot-vezel recyclaat.
Binnen de print- en signindustrie is polyester (PET) een cruciale grondstof voor toepassingen zoals soft signage, banners, vlaggen en wandbekleding. De populariteit van polyester hangt sterk samen met sublimatietechnologie, waarbij een hoog polyestergehalte (minimaal circa 75%) noodzakelijk is.
Hoewel de print- en signindustrie waarschijnlijk niet direct wordt geraakt door deze maatregelen, zal er indirect wel impact zijn. Het aandeel decoratief textiel is momenteel minder dan 0,5% van het totale textielvolume in Nederland. Juist deze beperkte omvang vergroot de kans dat generieke wetgeving — gericht op grotere sectoren — ook op deze toepassingen van invloed wordt.
Tegelijk biedt dit de kans om te leren van de kledingindustrie en tijdig te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen.
Re-thinking en de toekomst van recycling
Naast transparantie en circulaire productontwikkeling zullen bedrijven zich ook moeten richten op rethinking: het heroverwegen van grondstoffen en productontwerpen. Dit betekent dat nieuwe, hernieuwbare en ecologisch verantwoorde grondstoffen ontwikkeld moeten worden als basis voor toekomstige producten.
Er wordt gewerkt aan nieuwe protocollen voor eco-plastics, waarbij fossiele polymeren worden vervangen door biobased alternatieven.
Voor de textielsector is sinds 2024 de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) van kracht. Deze omvat onder andere:
-
een verbod op vernietiging van onverkochte en geretourneerde textielproducten
-
strengere producteisen
-
de introductie van een digitaal productpaspoort, waarmee herkomst en productinformatie direct inzichtelijk worden
De drie hoofdcategorieën van recycling
Er zijn verschillende methoden voor het recyclen van grondstoffen:
-
Thermische recycling
Materialen worden verbrand om energie terug te winnen.
-
Mechanische recycling
Materialen worden fysiek verwerkt, bijvoorbeeld door vermalen en opnieuw vormen.
-
Chemische recycling
Een innovatieve techniek waarbij materialen op moleculair niveau worden afgebroken tot nieuwe grondstoffen.
De weg vooruit: voorbereiden op veranderingen
De visuele communicatie-industrie moet zich actief voorbereiden op deze ontwikkelingen. Bedrijven die proactief inspelen op regelgeving en circulaire principes, creëren niet alleen compliance, maar ook concurrentievoordeel.
Door te investeren in duurzaamheid, transparantie en innovatie kunnen bedrijven zich positioneren als toekomstbestendige partners voor hun opdrachtgevers.
Waarom wachten? Actie is noodzakelijk
De tijd om te handelen is nu. Wacht niet tot 2025 of 2027, maar begin vandaag met het integreren van circulaire principes in je bedrijfsvoering. De toekomst is circulair. De bedrijven die nu stappen zetten, bouwen niet alleen aan hun eigen continuïteit, maar ook aan een sterkere en duurzamere industrie als geheel.