Van afvalstroom naar grondstofstroom: wat de PRSE leert over recycling en circulaire economie
Wie de Plastics Recycling Show Europe heeft bezocht, zag in korte tijd hoe snel de wereld van kunststofrecycling verandert. De beurs, die op 5 en 6 mei 2026 plaatsvond in RAI Amsterdam, brengt de volledige keten samen: van inzameling, sortering en voorbewerking tot recyclingtechnologie, compounders, materiaalproducenten, machinebouwers, laboratoria, kennisinstellingen en bedrijven die gerecyclede kunststoffen opnieuw toepassen in producten. Daarmee is de PRSE veel meer dan een gewone vakbeurs. Het was een ontmoetingsplaats voor iedereen die serieus bezig is met de overgang van lineair produceren naar een circulaire economie. (prseventeurope.com)

Voor bedrijven in de print- en signindustrie is zo’n beurs bijzonder waardevol. Onze sector werkt dagelijks met folies, platen, banners, textiel, lijmen, inkten, verpakkingen en samengestelde materialen. Veel van deze producten hebben een duidelijke functie tijdens hun gebruiksfase, maar worden na afloop nog te vaak gezien als afval. Juist daarom is het belangrijk om beter te begrijpen wat er nodig is om materialen terug te brengen in een nieuwe toepassing. Recycling begint namelijk niet bij de afvalbak, maar al bij ontwerp, materiaalkeuze, verwerking, logistiek en datastructuur.
Een belangrijk inzicht van de beurs is dat “recyclaat” geen eenduidig begrip is. Gerecyclede kunststof kan in verschillende vormen beschikbaar zijn: als granulaat, flakes, powder of soms als kleinere restfracties zoals caps of maalgoed. Elke vorm heeft een eigen kwaliteit, toepassing en verwerkingsmogelijkheid. Flakes ontstaan vaak na het versnipperen en wassen van kunststofstromen. Granulaat is meestal verder opgewerkt en geschikt voor verwerking in productieprocessen zoals extrusie of spuitgieten. Powders kunnen weer interessant zijn voor specifieke toepassingen of verdere formulering. Wie circulair wil werken, moet dus niet alleen vragen óf iets gerecycled is, maar vooral: in welke vorm, met welke zuiverheid, met welke herkomst en voor welke toepassing?

Daarmee komt meteen een tweede belangrijk thema naar voren: closed loop en open loop recycling. Bij closed loop wordt materiaal opnieuw ingezet in een vergelijkbare toepassing. Denk aan kunststof dat na gebruik weer wordt opgewerkt tot grondstof voor eenzelfde type product. Dat klinkt ideaal, maar vraagt om zeer goede scheiding, constante kwaliteit en duidelijke productspecificaties. Bij open loop krijgt het materiaal een nieuwe toepassing, vaak met andere technische eisen. Dat kan nog steeds waardevol zijn, zolang het materiaal hoogwaardig wordt ingezet en niet onnodig snel degradeert naar laagwaardige toepassingen. De kunst is om per materiaalstroom te bepalen welke route realistisch, economisch haalbaar en ecologisch zinvol is.
Op de beurs was ook veel aandacht voor compounding. Dit is een cruciale stap in het geschikt maken van nieuwe of herwonnen grondstoffen voor specifieke toepassingen. Kunststof heeft van zichzelf bepaalde eigenschappen, maar die kunnen worden aangepast door toevoegingen, mengingen en processtappen. Denk aan betere slagvastheid, hogere stijfheid, verbeterde UV-bestendigheid, kleurcorrectie, brandvertragende eigenschappen of betere verwerkbaarheid. Voor gerecyclede plastics is compounding vaak de brug tussen “materiaal dat teruggewonnen is” en “materiaal dat weer betrouwbaar inzetbaar is”. Het laat zien dat circulariteit niet alleen draait om inzamelen, maar vooral om het opnieuw ontwerpen van materiaalprestaties.
Daarvoor is kennis van kwaliteit onmisbaar. Gerecyclede kunststofstromen kunnen verontreinigingen bevatten, zoals resten van andere polymeren, lijm, inkt, vulstoffen, weekmakers, metalen of organische vervuiling. De zuiverheid van het recyclaat bepaalt of het geschikt is voor een hoogwaardige toepassing. Laboratoriumanalyse, optische sortering, smeltgedrag, dichtheidsmetingen, spectroscopie en andere testmethoden helpen om vast te stellen wat een materiaal precies bevat. Zonder die kennis blijft recycling een gok. Met die kennis ontstaat een professioneel grondstofsysteem waarin recyclaat aantoonbaar kan voldoen aan producteisen.

Voor ondernemers is dat een belangrijk punt. De circulaire economie vraagt niet alleen om goede bedoelingen, maar om bewijsbaarheid. Een klant wil weten of een product voldoet. Een producent wil weten of het materiaal stabiel genoeg is. Een verwerker wil weten of het zonder problemen door machines loopt. En de keten wil weten of een materiaal na gebruik opnieuw kan worden ingezameld en verwerkt. De beurs maakt duidelijk dat recycling steeds meer verschuift van “afvalmanagement” naar “grondstofmanagement”.
Ook Europese wetgeving speelt daarin een steeds grotere rol. De Packaging and Packaging Waste Regulation — kortweg PPWR — is daar een duidelijk voorbeeld van. Deze Europese verordening is in werking getreden op 11 februari 2025 en zal in algemene zin van toepassing worden vanaf 12 augustus 2026. De PPWR stelt eisen aan verpakkingen en verpakkingsafval en richt zich onder meer op recyclebaarheid, materiaalgebruik, hergebruik, terugwinning en het verminderen van verpakkingsafval. Voor bedrijven betekent dit dat verpakkingen niet langer alleen functioneel of commercieel beoordeeld worden, maar ook op hun bijdrage aan circulariteit. (Environment)
Hoewel PPWR primair over verpakkingen gaat, is de impact breder. De manier waarop Europa naar verpakkingen kijkt, laat zien welke kant regelgeving op beweegt: minder primaire grondstoffen, meer aantoonbare recyclebaarheid, betere materiaalinformatie en meer verantwoordelijkheid in de keten. Voor de print- en signindustrie is dat relevant, omdat veel bedrijven verpakkingen gebruiken, leveren of verwerken, maar ook omdat dezelfde denkrichting straks steeds vaker wordt toegepast op andere productgroepen.

Daarbij sluit het digitaal productpaspoort aan. Onder de Europese Ecodesign for Sustainable Products Regulation wordt het Digital Product Passport gezien als een belangrijk middel om productinformatie digitaal vast te leggen en te delen. Het gaat dan om gegevens over materiaal, herkomst, duurzaamheid, milieu-impact, repareerbaarheid, hergebruik en end-of-life. De Europese Commissie beschrijft het digitale productpaspoort als een instrument waarmee consumenten, bedrijven en overheden betere beslissingen kunnen nemen op basis van betrouwbare productinformatie. (Interne Markt en Ondernemerschap)
Voor recycling is zo’n paspoort van grote waarde. Wie aan het einde van de levensduur weet uit welke materialen een product bestaat, welke additieven zijn gebruikt en hoe het product is opgebouwd, kan veel gerichter sorteren en verwerken. Dat voorkomt dat waardevolle materiaalstromen verloren gaan omdat niemand precies weet wat erin zit. Voor sectoren met samengestelde producten — zoals folies, banners, displays, interieuroplossingen en tijdelijke communicatiedragers — kan betere productdata een belangrijke stap zijn richting hoogwaardige recycling.
De belangrijkste les van de PRSE is daarom dat circulariteit niet één oplossing kent. Het is een samenspel van ontwerp, materiaalkeuze, inzameling, sortering, reiniging, analyse, compounding, verwerking, regelgeving en samenwerking. Wie de beurs bezoekt, ziet dat recyclingtechniek zich snel ontwikkelt, maar ook dat techniek alleen niet genoeg is. Er is ketenregie nodig. Producenten, distributeurs, verwerkers, opdrachtgevers, recyclers en kennispartners moeten samen bepalen welke materiaalstromen kansrijk zijn en welke productontwerpen beter moeten.
Voor FESPA Nederland en de bedrijven binnen de visuele communicatie biedt dit veel aanknopingspunten. Onze sector kan leren hoe kunststofstromen beter herkend, gescheiden en opgewaardeerd worden. We kunnen beter begrijpen waarom sommige materialen kansrijk zijn voor closed loop recycling en andere eerder geschikt zijn voor open loop toepassingen. We kunnen kritischer kijken naar claims over duurzaamheid en recyclaat. En we kunnen ondernemers helpen om circulariteit praktisch te maken: niet als abstract ideaal, maar als onderdeel van materiaalkeuze, productontwikkeling en bedrijfsvoering.
De PRSE laat zien dat de circulaire economie dichterbij komt, maar ook dat professionalisering noodzakelijk is. Recycling wordt steeds meer een vakgebied waarin materiaaldata, regelgeving, technologie en ketensamenwerking samenkomen. Voor bedrijven die producten maken voor visuele communicatie is dat geen bedreiging, maar juist een kans. Wie nu kennis opbouwt, begrijpt straks beter welke materialen toekomstbestendig zijn, welke claims aantoonbaar zijn en welke samenwerkingen nodig zijn om afval weer grondstof te maken.
Circulariteit begint met kijken, vragen stellen en leren begrijpen wat er achter een materiaalstroom schuilgaat. Precies daarom is een bezoek aan een gespecialiseerde beurs als de PRSE zo waardevol. Het maakt zichtbaar dat recycling niet het einde van een product is, maar het begin van een nieuwe grondstofcyclus.








































































































