NIEUWS

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws uit de print- en signindustrie.

“Alweer een rapport.” “Nog meer werk.” “Mijn klanten vragen er helemaal niet om.” “Ik doe al genoeg aan duurzaamheid.” “Eerst moeten de opdrachten de deur uit.”

Het zijn herkenbare reacties van ondernemers zodra het gesprek op de zin of onzin van een ESG- of VSME-rapportage komt. En die reacties zijn heel begrijpelijk. Zeker in een print- of signbedrijf, waar iedere dag wordt gestuurd op klanten, productie, personeel, levertijden, kosten en marges, voelt het maken van nieuw rapport al snel als iets wat vooral tijd kost en wellicht niet veel opbrengt.

Dus waarom zou je er toch mee beginnen?

Niet omdat een rapport op zichzelf zo belangrijk is. En ook niet omdat iedere ondernemer opeens duurzaamheidsmanager moet worden. De werkelijke waarde zit ergens anders: een VSME-rapport helpt je om zichtbaar te maken hoe toekomstbestendig je onderneming werkelijk is. En dat biedt commerciële kansen om je te onderscheiden.

“Maar mijn klanten kennen mij toch?”

Dat klopt waarschijnlijk. Veel opdrachtgevers werken vaak al jarenlang met hun bekende leveranciers. Ze kennen de geleverde kwaliteit, weten dat afspraken worden nagekomen en hebben vertrouwen in de samenwerking.

Maar organisaties veranderen. De inkoper die jou al vijftien jaar kent, kan volgend jaar worden vervangen. Een hoofdkantoor kan centraal inkoopbeleid invoeren. Een opdrachtgever kan worden overgenomen. Of een grote opdrachtgever besluit leveranciers voortaan op duurzaamheid, CO₂-uitstoot of sociale criteria te beoordelen, omdat ze zelf ook verplichtingen krijgen opgelegd.

Dan is “ze kennen ons” ineens niet meer voldoende. Steeds vaker worden leveranciers niet alleen beoordeeld op prijs, kwaliteit en levertijd, maar ook op informatie over milieu, medewerkers en bedrijfsvoering. In de VSME-informatie wordt daarom expliciet gewezen op de groeiende hoeveelheid ESG-vragen van zakelijke klanten en financiële instellingen. Een VSME-rapport zorgt ervoor dat je die informatie niet pas hoeft te verzamelen als een belangrijke klant erom vraagt. Je hebt je antwoord dan al klaar.

“Mijn klanten vragen er nu helemaal niet om”

Misschien nu niet. Maar de vraag is of dat ook zo blijft.

Uit internationale Trend rapporten over de print- en signsector wordt juist een groeiende vraag naar duurzame oplossingen benoemd. Tegelijkertijd krijgt onze sector te maken met steeds meer onderwerpen rondom wetgeving, certificering, materiaalgebruik en ketenverantwoordelijkheid.

Dat betekent niet dat iedere klant morgen een VSME-rapport op tafel legt. Het betekent wel dat de toekomstrichting van het bedrijf zichtbaar is. Toekomstgericht ondernemen gaat daarom niet alleen over reageren op wat klanten vandaag vragen. Het betekent ook anticiperen op wat zij morgen waarschijnlijk van je nodig hebben. Je vervangt een machine toch ook niet pas wanneer hij definitief stilvalt? Je investeert eerder omdat je weet dat continuïteit van je bedrijf belangrijk is. Met informatie over duurzaamheid werkt het eigenlijk hetzelfde.

“Ik doe al enorm mijn best”

En juist daarom kan rapporteren interessant zijn. Veel ondernemers doen namelijk aanzienlijk meer dan zij zelf beseffen.

Misschien heb je zonnepanelen geplaatst. Je machines vervangen door energiezuinigere modellen. Afvalstromen gescheiden. FSC- of PEFC-gecertificeerde materialen geïntroduceerd. LED-verlichting aangebracht. Is jouw wagenpark al geëlektrificeerd, Veiligheidsprocedures verbeterd. Medewerkers opgeleid. Retourstromen ontwikkeld of materialen vervangen door alternatieven met een lagere milieu impact.

Allemaal waardevolle stappen. Maar wanneer die informatie verspreid zit over verschillende systemen, certificaten, facturen en medewerkers, ontstaat er geen totaalbeeld. Een VSME-rapport brengt die inspanningen bij elkaar. De standaard kijkt namelijk niet alleen naar CO₂. Ook energie, afval, circulariteit, medewerkers, gezondheid en veiligheid, opleidingen en goed bestuur maken onderdeel uit van de basismodule.

Het rapport kan daardoor juist zichtbaar maken hoeveel er al gebeurt. Misschien is de vraag dus niet: “Waarom moet ik nog méér doen?” maar: “Waarom zou ik niet beter zichtbaar maken wat ik nu al doe?”

“Rapporteren kost mij alleen maar tijd”

Dat is waarschijnlijk de grootste zorg. En wanneer duurzaamheidsrapportage betekent dat je ieder jaar tientallen verschillende vragenlijsten voor klanten moet invullen, klopt die zorg ook. Juist daar kan standaardisering helpen.

Een VSME-rapport brengt veelgebruikte ESG-informatie in één herkenbare structuur bij elkaar. De standaard is specifiek voor het mkb ontwikkeld en heeft bewust een lagere complexiteit dan uitgebreide rapportagestandaarden voor grote ondernemingen.

Daarmee draai je het principe eigenlijk om. Je gaat niet voor iedere klant opnieuw informatie zoeken. Je verzamelt de belangrijkste informatie één keer goed en houdt deze vervolgens jaarlijks bij. Komt er daarna een klantvraag over energie, CO₂, afval, medewerkers of veiligheidsbeleid? Dan is de kans groot dat een belangrijk deel van de informatie al beschikbaar is. De eerste rapportage kost dus tijd. Maar een goede structuur kan daarna juist tijd besparen.

“Mijn lopende opdrachten hebben altijd prioriteit”

Dat zullen ze ook altijd houden. Een ondernemer verdient zijn geld uiteindelijk met klanten bedienen, produceren en leveren.

Maar juist daarom moet een VSME-rapport geen groot losstaand project worden dat één keer per jaar voor paniek zorgt. Zie het liever als onderdeel van je normale bedrijfsvoering. Begin klein.

Welke informatie hebben we al? Welke gegevens zijn eenvoudig beschikbaar? Waar zitten gaten? En welke onderwerpen zijn voor onze klanten en onze onderneming echt relevant? De VSME is daarop ingericht. Er bestaat een Basic Module voor ondernemingen die beginnen en een uitgebreidere variant voor bedrijven die later verder willen gaan. Ook het principe “if applicable” speelt een belangrijke rol: je rapporteert wat relevant is voor jouw onderneming.

Je hoeft dus niet meteen alles perfect geregeld te hebben. Sterker nog: een eerste rapport kan juist duidelijk maken welke onderwerpen je de komende jaren stap voor stap wilt verbeteren.

“En wat levert het mij dan concreet op?”

Misschien is dat de belangrijkste ondernemersvraag. Een rapport maken alleen omdat het hoort, levert weinig op.

Maar informatie verzamelen waarmee je betere beslissingen kunt nemen, klanten sneller kunt antwoorden en je positie kunt versterken, is iets anders. Een goed VSME-rapport kan bijvoorbeeld helpen om:

  • sneller antwoord te geven op ESG-vragen van opdrachtgevers;
  • je duurzame prestaties onderbouwd te presenteren tijdens een offerte of een aanbesteding;
  • inzicht te krijgen in energie-, materiaal- en afvalstromen;
  • ontwikkelingen van jaar tot jaar te volgen;
  • risico’s in je onderneming en keten eerder te herkennen;
  • doelstellingen vast te leggen en voortgang bespreekbaar te maken;
  • vertrouwen op te bouwen bij klanten, medewerkers en andere stakeholders;
  • voorbereid te zijn op toekomstige eisen vanuit klanten of financiers.

In de ESG-uitleg wordt bovendien benoemd dat transparantie kan bijdragen aan vertrouwen, reputatie en loyaliteit en dat betere ESG-informatie ook relevant kan zijn bij financieringsvragen. De waarde zit dus niet in het rapport zelf. De waarde zit in wat je ermee kunt. Van verplicht nummer naar ondernemersinstrument Misschien moeten we daarom af van het beeld van “weer een nieuw duurzaamheidsrapport”.

Een VSME-rapport kan veel beter worden gezien als een periodieke APK van je toekomstbestendigheid.

  • Hoe staan we ervoor?
  • Waar zijn we goed in?
  • Waar lopen we risico?
  • Welke stappen hebben we gezet?
  • Wat willen we het komende jaar verbeteren?

Daarmee ontstaat niet alleen informatie voor klanten, maar vooral inzicht voor jezelf. In de handleiding voor ESG-rapportage wordt daarom geadviseerd om het rapport niet als compliance-oefening te behandelen, maar juist als een business tool. Dat is uiteindelijk de kern. Een toekomstgerichte ondernemer hoeft niet alles vandaag perfect geregeld te hebben. Maar hij wil wél weten waar zijn onderneming staat en kunnen laten zien dat er bewust wordt gewerkt aan de volgende stap.

Dan wordt VSME geen extra rapport dat in een lade verdwijnt, maar aantoonbaar bewijs dat je serieus bezig bent met de toekomst van je bedrijf, je medewerkers én de wereld waarin je onderneemt.

Je hoeft het niet alleen te doen

Voor ondernemers, die hier ondersteuning bij willen, heeft FESPA Nederland afspraken gemaakt met twee gespecialiseerde Service Partners die kunnen helpen bij het realiseren van een VSME-rapportage. 2Impact heeft expertise op het gebied van een ESG-strategie, klimaat, ketenverantwoordelijkheid en duurzaamheidsrapportage, terwijl het Dienstencentrum praktische kennis en instrumenten beschikbaar heeft om de benodigde informatie te verzamelen en te structureren om zo een VSME rapportage te kunnen maken. Zo kun je als ondernemer zelf bepalen hoeveel je wilt doen, terwijl gespecialiseerde partners helpen om van bestaande informatie een bruikbaar en professioneel rapport te maken.

De verplichting van jouw klant wordt jouw vraag

De belangrijkste ontwikkeling zit niet in één afzonderlijke wet of rapportageplicht. Het is een bredere beweging in de hele keten. Grote opdrachtgevers, producenten, merkeigenaren, financiële instellingen en andere organisaties moeten meer inzicht geven in risico’s, duurzaamheid en prestaties. Soms omdat wetgeving dat voorschrijft. Soms omdat klanten erom vragen. En soms omdat aandeelhouders, financiers of een moedermaatschappij het eisen.

Om aan die verwachtingen te voldoen, hebben zij informatie nodig van hun leveranciers. Daarmee komt de vraag uiteindelijk ook bij kleinere bedrijven terecht. Je hoeft dus niet zelf rechtstreeks onder een verplichting te vallen om er in de praktijk toch mee te maken te krijgen.

Je hoeft als print- of signbedrijf misschien nog niet rechtstreeks te rapporteren over duurzaamheid, cybersecurity, CO₂, energie of arbeidsomstandigheden. Toch verandert de markt sneller dan veel ondernemers denken. De reden: jouw klanten en andere partijen in de keten krijgen wél nieuwe verantwoordelijkheden. En daarvoor hebben zij steeds vaker informatie van jou nodig. We noemen dit de ketenverantwoordelijkheid.

Kijk niet alleen naar wat jij moet

Vooral micro- en kleine ondernemingen (tussen 1-20 Fte) kijken begrijpelijkerwijs eerst naar de directe verplichting: val ik onder deze regeling, moet ik rapporteren, moet ik mij registreren? Dat zijn logische vragen, maar ze vertellen slechts een deel van het verhaal. De belangrijkere vraag wordt steeds vaker: wat moeten mijn klanten aantonen, en welke informatie hebben zij daarvoor van mij nodig?

Een opdrachtgever die zijn CO₂-uitstoot beter in kaart moet brengen, heeft informatie nodig over ingekochte producten en diensten. Een organisatie die vanuit NIS2 grip moet krijgen op digitale risico’s, kijkt ook naar de beveiliging van leveranciers waarmee bestanden, systemen of persoonsgegevens worden gedeeld. Een bedrijf dat zijn maatschappelijke impact wil rapporteren, zal willen weten hoe leveranciers omgaan met energie, milieu, arbeidsomstandigheden en materialen.

Juridisch niet verplicht betekent daarmee steeds minder vaak: niet relevant.

Bewijs wordt onderdeel van inkopen

In de print- en signindustrie zien we dat leveranciersbeoordelingen veranderen. Prijs, kwaliteit en levertijd blijven belangrijk, maar daar komen nieuwe selectiecriteria naast. Hoe duurzaam werkt een leverancier? Kan het bedrijf zijn claims onderbouwen? Zijn risico’s rond cybersecurity beheerst? Is de RI&E op orde? Zijn energie- en milieugegevens beschikbaar? Kan informatie worden geleverd over materialen, herkomst, gerecyclede content of CO₂-impact?

Daarmee verschuift de aandacht van vertellen naar aantonen. Zeggen dat je duurzaam produceert of zorgvuldig met gegevens omgaat is eenvoudig. De echte vraag is of je het kunt onderbouwen met actuele, betrouwbare informatie.

Dat geldt ook voor duurzaamheidsclaims. Begrippen als groen, circulair, duurzaam of CO₂-bewust verliezen hun waarde wanneer niet duidelijk is waarop de claim is gebaseerd. Klanten willen steeds vaker feiten zien in plaats van alleen een goed verhaal.

Niets doen merk je waarschijnlijk niet morgen

Precies daar zit het risico voor kleinere ondernemingen. Als je vandaag niets doet, gebeurt er morgen waarschijnlijk weinig. De machines draaien, klanten blijven bestellen en de planning zit vol. Daardoor krijgen onderwerpen als impactrapportage, cybersecurity, carbon footprints, energie en milieu gemakkelijk een lage prioriteit.

Het effect wordt meestal pas op langere termijn zichtbaar. Een klant stuurt ineens een uitgebreide leveranciersvragenlijst. Een aanbesteding vraagt om CO₂-gegevens. Een opdrachtgever verlangt aantoonbaar cybersecuritybeleid. Een groter concern besluit alleen nog leveranciers te gebruiken die duurzaamheidsinformatie snel kunnen aanleveren.

Op dat moment ontstaat een verschil tussen bedrijven die hun informatie al hebben georganiseerd en bedrijven die eerst moeten uitzoeken waar alles staat. Een concurrent die binnen een dag de juiste gegevens kan leveren, heeft dan simpelweg een voorsprong.

Kijk één of twee schakels verder

Voor ondernemers is het daarom verstandig om niet alleen naar het eigen bedrijf te kijken, maar ook naar de keten waarin je actief bent. Wie zijn je belangrijkste klanten? Aan welke regels of rapportage-eisen moeten zij voldoen? Wat vragen hun klanten, aandeelhouders, financiers of moedermaatschappijen van hen? En welke informatie zullen zij daarvoor waarschijnlijk bij jou opvragen?

Dat geeft vaak een veel beter beeld van wat er de komende jaren op je afkomt dan alleen een lijst met wetten die rechtstreeks voor jouw onderneming gelden.

Onderwerpen als NIS2, VSME-impactrapportage, carbon footprints, Arbo, energie en milieu moeten daarom niet los van elkaar worden bekeken. Ze maken deel uit van dezelfde trend: bedrijven moeten steeds beter kunnen laten zien hoe zij hun risico’s en impact beheersen.

Begin met wat je al hebt

Dat betekent niet dat ieder klein bedrijf morgen een ESG-afdeling nodig heeft of een dik rapport moet schrijven. Veel informatie is al aanwezig. Je Risico Inventarisatie & Evaluatie bevat gegevens over arbeidsomstandigheden en veiligheid. Energiefacturen geven inzicht in verbruik. Afvalverwerkers beschikken over informatie over afvalstromen. Leveranciers kunnen gegevens leveren over materialen en gerecyclede content. IT-partners kunnen helpen om cybersecuritymaatregelen vast te leggen.

De eerste stap is daarom niet rapporteren. De eerste stap is het juiste bewijs verzamelen en daarna structureren. Leg vast welke informatie beschikbaar is, waar die staat, wie verantwoordelijk is en wanneer deze voor het laatst is bijgewerkt. Kijk vervolgens welke gegevens nog ontbreken en verbeter dat stap voor stap. Nu al rustig en doordacht beginnen scheelt je als ondernemer later veel tijd.

Van administratieve last naar marktpositie

Binnen FESPA Nederland zien we dit als een duidelijke en structurele trend in onze industrie. Wetgeving is één aanjager. Klanten zijn een tweede. Aandeelhouders, financiers en grotere ondernemingen vormen een derde. Samen zorgen zij ervoor dat eisen en verwachtingen zich steeds verder door de keten verspreiden.

Vooral micro- en kleine bedrijven doen er goed aan om niet te wachten tot zij zelf formeel verplicht worden. De kans is groot dat de markt eerder komt.

Voor veel print- en signbedrijven is een auto van de zaak heel normaal. Accountmanagers, verkopers, directieleden, projectleiders en servicemedewerkers zijn dagelijks onderweg naar klanten en projecten. Vanaf 1 januari 2027 wordt de keuze voor zo’n zakelijke personenauto financieel een stuk belangrijker.

Werkgevers die vanaf dat moment een personenauto met CO₂-uitstoot aan een werknemer ter beschikking stellen, kunnen namelijk te maken krijgen met een nieuwe pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde per jaar.

De maatregel gaat per 1 januari 2027 in. De overheid wil hiermee stimuleren dat werkgevers bij nieuwe zakelijke personenauto’s kiezen voor een volledig emissievrije auto.

12% extra belasting voor de werkgever

De pseudo-eindheffing geldt voor personenauto’s die CO₂ uitstoten en die door een werknemer ook privé of voor woon-werkverkeer mogen worden gebruikt.

Denk daarbij aan benzine- en dieselauto’s. Ook hybride en plug-inhybride auto’s vallen onder de regeling. Volledig emissievrije personenauto’s vallen buiten deze heffing.

Bij een personenauto met een cataloguswaarde van €50.000 bedraagt de pseudo-eindheffing: €50.000,- × 12% = €6.000,- per jaar. Dat komt neer op €500,- per maand aan extra belasting voor de werkgever.

Bij meerdere zakelijke personenauto’s kan het bedrag snel oplopen. Vijf auto’s met een gemiddelde cataloguswaarde van €45.000,- betekenen bijvoorbeeld een potentiële extra heffing van: 5 × €45.000,- × 12% = €27.000,- per jaar.

Voor een wagenpark wordt de keuze tussen elektrisch, hybride of fossiel daarmee veel meer dan alleen een discussie over aanschafprijs, leasekosten of actieradius. Voor personenauto’s tot en met 25 jaar wordt voor de berekening uitgegaan van de cataloguswaarde. Voor oudere auto’s wordt gekeken naar de waarde in het economisch verkeer.

Ook leaseauto’s vallen onder de regeling

Voor leaseauto’s gelden in principe dezelfde regels als voor auto’s die een werkgever zelf koopt.

Dat betekent dat een benzine-, diesel-, hybride- of plug-inhybride leaseauto die vanaf 1 januari 2027 voor het eerst door de werkgever aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, onder de pseudo-eindheffing kan vallen. Een belangrijk detail is dat daarbij niet alleen moet worden gekeken naar de datum waarop het leasecontract wordt afgesloten.

De bepalende datum is het moment waarop de auto daadwerkelijk door de werkgever aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

Een voorbeeld:

Een bedrijf bestelt op 15 december 2026 een hybride leaseauto. De auto wordt pas op 10 januari 2027 geleverd en vanaf dat moment door een werknemer gebruikt. Ondanks dat het leasecontract in 2026 is afgesloten, wordt de auto pas in 2027 ter beschikking gesteld. De pseudo-eindheffing is dan in principe vanaf dat moment van toepassing. Voor werkgevers die eind 2026 nog nieuwe leasecontracten afsluiten, is dit een belangrijk aandachtspunt. Alleen een auto bestellen of een leasecontract ondertekenen vóór 1 januari 2027 is dus niet voldoende om automatisch onder het overgangsrecht te vallen.

Het financiële verschil bij lease kan groot worden

Stel dat een werkgever in 2027 kan kiezen tussen verschillende leaseauto’s met dezelfde cataloguswaarde van €45.000. Bij een volledig elektrische auto bedraagt de pseudo-eindheffing: €0,- per jaar. Bij een benzine-, diesel-, hybride- of plug-inhybride personenauto bedraagt de pseudo-eindheffing: €45.000,- × 12% = €5.400,- per jaar. Dat is €450 per maand aan extra belasting voor de werkgever, boven op de gewone leasekosten.Over een leaseperiode van vier jaar kan dat theoretisch oplopen tot: 4 × €5.400,- = €21.600,-.

Daarmee verandert ook de manier waarop bedrijven naar een leaseofferte zouden moeten kijken. Niet alleen de maandelijkse leaseprijs is relevant. Ook de cataloguswaarde en de fiscale gevolgen van de aandrijving worden belangrijk. Een hybride auto met een aantrekkelijke leaseprijs kan daardoor uiteindelijk veel duurder uitpakken dan een volledig elektrische auto.

De werkgever betaalt

De pseudo-eindheffing is een belasting voor de werkgever. De leasemaatschappij betaalt deze heffing niet. Ook vervangt de pseudo-eindheffing de gewone fiscale bijtelling van de werknemer niet. Wanneer een werknemer de auto privé mag gebruiken, kan de werknemer dus nog steeds met bijtelling te maken krijgen, terwijl de werkgever daarnaast de pseudo-eindheffing betaalt. Het zijn twee afzonderlijke fiscale regelingen.

Woon-werkverkeer telt mee

Een belangrijk aandachtspunt is dat voor deze nieuwe regeling ook woon-werkverkeer wordt gezien als privégebruik. Dat wijkt af van de regels die veel ondernemers kennen rond de fiscale bijtelling. Voor de gewone bijtelling wordt woon-werkverkeer als zakelijk verkeer beschouwd. Voor de pseudo-eindheffing telt het juist mee. Ook de bekende grens van 500 privékilometers per jaar geldt niet voor deze nieuwe heffing. Het kan daardoor voorkomen dat een werknemer vanwege beperkt privégebruik geen fiscale bijtelling heeft, terwijl de werkgever toch met de pseudo-eindheffing te maken krijgt omdat de auto voor woon-werkverkeer wordt gebruikt.

Volledig elektrisch blijft buiten de heffing

Voor een volledig emissievrije personenauto geldt de pseudo-eindheffing niet. Dat maakt het financiële verschil aanzienlijk. Een werkgever die in 2027 de keuze heeft tussen een volledig elektrische auto van €50.000 en een hybride auto van dezelfde cataloguswaarde, kan bij de hybride variant jaarlijks €6.000,- aan pseudo-eindheffing verschuldigd zijn. Over vier jaar gaat het in dit voorbeeld om €24.000,-. De regeling maakt elektrisch rijden daardoor voor werkgevers financieel steeds nadrukkelijker de standaard bij het ter beschikking stellen van nieuwe personenauto’s.

Niet iedere bedrijfsauto valt er automatisch onder

Voor print- en signbedrijven is het belangrijk om onderscheid te maken tussen personenauto’s en bedrijfswagens. De regeling richt zich op personenauto’s met voertuigclassificatie M1. Veel bestelwagens en bedrijfswagens zijn geregistreerd als N1 en vallen daarmee niet automatisch onder deze pseudo-eindheffing. Juist in onze sector, waar veel montage- en serviceteams met bestelwagens rijden, is dat onderscheid belangrijk. Controleer daarom bij het beoordelen van het wagenpark niet alleen het type brandstof, maar ook de voertuigcategorie en de manier waarop een voertuig aan medewerkers ter beschikking wordt gesteld.

Bestaande auto’s krijgen overgangsrecht

Er is een belangrijke overgangsregeling. Voor personenauto’s met CO₂-uitstoot die een werkgever vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een werknemer ter beschikking heeft gesteld, geldt voorlopig geen pseudo-eindheffing. Dit overgangsrecht loopt tot 17 september 2030. Daarna gaat de pseudo-eindheffing ook gelden voor deze bestaande situaties.

Belangrijk is dat het hierbij gaat om het moment waarop de betreffende auto door de werkgever voor het eerst ter beschikking is gesteld. Het hoeft dus niet noodzakelijk om een nieuwe auto te gaan. Ook bij leaseauto’s is dit punt belangrijk. Wordt een auto vóór 1 januari 2027 daadwerkelijk door dezelfde werkgever aan een werknemer ter beschikking gesteld, dan kan het overgangsrecht van toepassing zijn. Wordt die auto pas in 2027 geleverd en gebruikt, dan geldt dat overgangsrecht in principe niet. Dat maakt 2026 een belangrijk moment om vooruit te kijken.

Kijk nu naar je mobiliteits- én leasebeleid

Voor ondernemers betekent de nieuwe regeling vooral dat mobiliteit opnieuw op de agenda moet.

Welke medewerkers hebben een personenauto van de zaak? Wanneer lopen leasecontracten af? Welke voertuigen worden de komende jaren vervangen? Welke auto’s zijn al besteld, maar worden pas in 2027 geleverd? Kan een elektrische auto praktisch worden ingezet? Is voldoende laadcapaciteit beschikbaar op het bedrijf of bij medewerkers thuis? Ook bij het vergelijken van nieuwe leasecontracten is het verstandig om niet alleen naar de maandprijs te kijken.

Vraag bijvoorbeeld naar:

  • de cataloguswaarde;
  • de voertuigcategorie;
  • de aandrijving;
  • de verwachte leverdatum;
  • de ingangsdatum van het feitelijke gebruik;
  • de totale werkgeverskosten inclusief de mogelijke pseudo-eindheffing.

Wachten tot 2027 kan betekenen dat keuzes al zijn vastgelegd in meerjarige contracten.

De ontwikkeling past bovendien in een bredere trend. Wetgeving, fiscaliteit en klantvragen sturen bedrijven steeds nadrukkelijker richting een duurzamere bedrijfsvoering. Ook mobiliteit wordt daar steeds meer onderdeel van. Voor ondernemers van Print- en signbedrijven is het daarom verstandig om nu al naar het wagenpark en de lopende leasecontracten te kijken. Niet omdat iedere benzine- of hybrideauto morgen van de weg moet, maar omdat een verkeerde keuze vanaf 2027 ieder jaar duizenden euro’s extra kan kosten.

2027 lijkt misschien nog ver weg. Voor een leasecontract van vier of vijf jaar is het praktisch gezien al begonnen.

Bronnen

Dit artikel is gebaseerd op informatie zoals beschikbaar in september 2026. Raadpleeg voor individuele fiscale situaties altijd een fiscalist, accountant of salarisadviseur.

  • Ondernemersplein / Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) – informatie over de extra belasting op zakelijke benzine-, diesel- en hybrideauto’s vanaf 2027, het tarief van 12%, woon-werkverkeer en de overgangsregeling.
  • Rijksoverheid – informatie over de auto van de zaak, bijtelling en de pseudo-eindheffing.
  • Ministerie van Financiën – Belastingplan 2026 – factsheet over de pseudo-eindheffing voor personenauto’s met CO₂-uitstoot.
  • Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Kamerstuk 36 812 – wetsvoorstel en Memorie van Toelichting bij het Belastingplan 2026, met de juridische uitwerking van de pseudo-eindheffing en het overgangsrecht.

Wie denkt dat FESPA Nederland na de zomer rustig richting het einde van het jaar gaat, heeft het mis.

De komende maanden staan volledig in het teken van ontmoeten, kennis delen, inspireren en samen onze industrie verder brengen. Van zeven FOCUS-groepen en FESPA@Work tot het allereerste FESPA Nederland Ladies Event, de Innovatie Award, een Social Event én TREND Event 2026.

Pak je agenda erbij, want er komt nog veel aan.

Innovatie, kennis en verdieping

Vandaag, op 4 september, komt de jury van de FESPA Innovatie Award 2026 bijeen. Welke inzendingen onderscheiden zich door innovatie, techniek, digitalisering, duurzaamheid en hun betekenis voor de toekomst van onze industrie?

Op 8 september neemt ColorBase onze Innovators tijdens een speciale FESPA@Work-webinar mee in de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van digitaal kleurmanagement. Praktische kennis en nieuwe technologie die bedrijven direct verder kunnen helpen.

Ook starten dit najaar onze zeven FOCUS-groepen. Hier gaan professionals met elkaar in gesprek over onderwerpen die vandaag én morgen van belang zijn voor de print- en signindustrie.

Zet deze data alvast in je agenda:

30 september | Lichtreclame 7 oktober | Certificeringen 14 oktober | Kunststoffen 21 oktober | Decoratief Textiel 28 oktober | Zelfklevende Films 4 november | Educatie & Industriepromotie 23 november | Software

Deelname is kosteloos voor leden van FESPA Nederland. Nog geen lid, maar wil je graag een keer kennismaken en meepraten? Dan kun je deelnemen voor €49 excl. btw.

Een primeur voor de branche

Op 27 oktober organiseren we bij Mimaki in Diemen het allereerste FESPA Nederland Ladies Event.

Een middag waarop vrouwen uit de print- en signindustrie samenkomen voor bijzondere verhalen, open gesprekken, inspiratie en vooral veel nieuwe ontmoetingen. Samen bouwen we verder aan een sterk vrouwennetwerk binnen onze industrie.

CONNECT in optima forma.

Innovatie verdient een podium

Op 10 november wordt tijdens de Print & Sign Awards de FESPA Innovatie Award 2026 uitgereikt.

Met deze award zetten we vernieuwende projecten, technieken, materialen, processen en toepassingen in de schijnwerpers. Niet alleen om één winnaar te kiezen, maar vooral om de hele branche te inspireren om verder te denken.

Samen betrokken, samen plezier maken

Op 17 november brengen we onze leden samen voor de Algemene Vergadering.

Daarna maken we ruimte voor het minstens zo belangrijke deel van onze vereniging: elkaar ontmoeten. Tijdens het Social Event voor onze Innovators en Clubleden draait het om goede gesprekken, nieuwe contacten, gedeelde ervaringen en natuurlijk plezier.

Want juist uit één spontaan gesprek kunnen nieuwe ideeën, samenwerkingen en kansen ontstaan.

De grote finale: TREND Event 2026

Op 7 december sluiten we het eventjaar af in de Midden Nederland Hallen met TREND Event 2026.

Het thema van dit jaar is:

THE RIPPLE EFFECT

Eén ontmoeting kan leiden tot een nieuw idee. Eén idee kan uitgroeien tot een innovatie. En één innovatie kan uiteindelijk een hele markt in beweging brengen.

Tijdens TREND Event brengen we ondernemers, makers, leveranciers en innovators samen voor een avond vol inspiratie, entertainment, kennis en nieuwe ontmoetingen.

Misschien begint jouw volgende grote stap wel met één gesprek op 7 december.

Meer dan alleen events

FESPA Nederland is er het hele jaar door.

Via onze socialmediakanalen delen we verhalen, ontwikkelingen en inspiratie uit de branche. In onze Kennisbank vind je onderzoeken, artikelen, trends, whitepapers en praktische informatie.

Als lid ben je bovendien aangesloten bij FESPA Global en maak je deel uit van een internationaal netwerk binnen print, sign, textiel en visuele communicatie.

Lokaal verbonden. Internationaal aangesloten.

CONNECT. INSPIRE. SUPPORT. FUN.

Dat is waar FESPA Nederland voor staat. En precies dat zie je terug in onze agenda voor de rest van 2026.

2026 is nog lang niet klaar.

Wij hopen je daarom niet één keer, maar op meerdere momenten te ontmoeten.

Pak je agenda erbij en beleef de rest van 2026 samen met FESPA Nederland.

Nieuwe klanten winnen in B2B verandert fundamenteel. De klassieke route, campagne voeren, leads verzamelen, bellen, afspraak maken en vervolgens proberen de opdracht binnen te halen, sluit steeds minder goed aan bij hoe zakelijke klanten zich werkelijk gedragen.

Recente onderzoeken van onder meer 6sense, Gartner, McKinsey, Forrester en LinkedIn/Bain laten opvallend consistent hetzelfde beeld zien. Kopers doen steeds meer onderzoek voordat ze een leverancier benaderen, AI krijgt daarin snel een rol, koopbeslissingen worden door steeds grotere groepen genomen en vertrouwen in een leverancier ontstaat vaak lang voordat de eerste offerte wordt aangevraagd.

Voor de Print & Sign-industrie is dat interessant. Want juist wanneer digitale informatie overvloedig beschikbaar wordt, kunnen fysieke en visuele communicatie helpen om iets te bereiken wat steeds belangrijker wordt: opvallen, herinnerd worden, vertrouwen creëren en bewijs tastbaar maken.

De wedstrijd wordt vaak gewonnen vóór het eerste verkoopgesprek

Misschien wel het meest opvallende bewijs komt uit het 2025 B2B Buyer Experience Report van 6sense. Voor dit wereldwijde onderzoek werden bijna 4.000 zakelijke kopers ondervraagd.

Daaruit blijkt dat kopers gemiddeld ongeveer vijf leveranciers overwegen. Maar 3,6 daarvan staan al op de shortlist wanneer het daadwerkelijke koopproces begint. Nog veelzeggender: in 95% van de aankopen komt de uiteindelijke winnaar van die oorspronkelijke Day One-shortlist.

Ook de volgorde blijkt vroeg vast te liggen. Maar liefst 94% van de ondervraagde buying groups geeft aan de leveranciers al op voorkeur te hebben gerangschikt voordat zij met sales in gesprek gaan. De leverancier die op dat moment favoriet is, wint uiteindelijk ongeveer acht van de tien keer.

Dat verandert de betekenis van klant acquisitie.

Voor Print & Sign betekent dit dat communicatie die merkbekendheid, herkenning en vertrouwen creëert veel dichter tegen sales aan komt te liggen.

AI maakt de zelfstandige koper nog zelfstandiger

Daar komt AI bij. Gartner onderzocht 645 B2B-kopers en rapporteerde in mei 2026 dat 45% GenAI had gebruikt bij een recente zakelijke aankoop, vooral voor het verzamelen van informatie over producten en leveranciers. Kopers gebruikten gemiddeld zeven verschillende informatiebronnen tijdens hun aankoopproces. Tegelijkertijd geeft 67% aan de voorkeur te geven aan een koopervaring zonder verkoper en zelfs 70% aan een volledig digitale self-serviceomgeving te prefereren.

Maar er zit een interessante nuance in de cijfers. Wanneer kopers informatie via AI verzamelen, wil 69% die informatie juist bij een verkoper valideren. De verkoper verdwijnt dus niet, maar zijn rol verschuift van primaire informatiebron naar expert die informatie controleert, nuanceert en vertrouwen toevoegt.

Ook Forrester ziet deze ontwikkeling. In The State of Business Buying 2026 geeft 94% van de zakelijke kopers aan AI tijdens het koopproces te gebruiken. Tegelijkertijd zoeken zij nadrukkelijk bevestiging bij collega’s, peers, experts, analisten en andere vertrouwde bronnen. Dat levert een nieuwe uitdaging op: hoe zorg je dat jouw bedrijf al zichtbaar, geloofwaardig en herkenbaar is voordat iemand met jou spreekt?

Gevonden worden is niet meer voldoende

De afgelopen jaren draaide online marketing sterk om SEO: hoog gevonden worden in Google. Daar komt nu een nieuwe laag bij. Klanten stellen steeds vaker complete vragen aan ChatGPT, Gemini, Copilot of andere AI-systemen. Die systemen presenteren niet noodzakelijk tien blauwe links, maar proberen zelf een antwoord of shortlist samen te stellen.

Dat maakt vakkennis belangrijker. Een print- of signbedrijf dat online alleen vertelt dat het “kwaliteit, service en jarenlange ervaring” biedt, geeft een AI-systeem én een potentiële klant weinig onderscheidende informatie. Een bedrijf dat daarentegen beschikt over concrete cases, materiaalkennis, technische uitleg, oplossingen voor specifieke marktsegmenten, certificeringen, duurzaamheidsinformatie en antwoorden op veelgestelde vragen bouwt een veel rijker digitaal profiel op.

LinkedIn noemt deze ontwikkeling inmiddels een verschuiving van alleen visibility naar buyability: niet alleen zichtbaar zijn, maar voldoende bekend, geloofwaardig en vertrouwd zijn om daadwerkelijk gekozen te kunnen worden.

Persoonlijker werkt – en daar ligt een kans voor print

Ook McKinsey ziet een duidelijke verandering in B2B-sales. De Global B2B Pulse Survey 2026, gebaseerd op bijna 4.000 beslissers in dertien landen, laat zien dat zakelijke klanten inmiddels gemiddeld tien verschillende contactkanalen gebruiken tijdens hun aankoopproces. Maar aanwezigheid op al die kanalen is volgens McKinsey niet langer onderscheidend. Dat is inmiddels een basisvoorwaarde geworden. Het verschil tussen koplopers en achterblijvers ontstaat vooral door de manier waarop data, AI, personalisatie en Account Based Marketing worden gecombineerd.

De cijfers zijn interessant. Bedrijven die McKinsey als marktleider classificeert, zetten vier keer zo vaak echte één-op-één-personalisatie in: 20% tegenover 5% bij achterblijvers. Ze passen ook twee keer zo vaak generatieve AI toe – 44% tegenover 22% – en zijn verder met een gestructureerde, salesgedreven aanpak van Account Based Marketing.

Voor de grafische industrie opent dat interessante deuren. Personalisatie hoeft namelijk niet beperkt te blijven tot een andere voornaam boven een e-mail. Stel dat een leverancier twintig strategische prospects selecteert. Voor ieder bedrijf wordt een andere fysieke presentatie gemaakt, gebaseerd op de sector, locatie, huisstijl en mogelijke toepassing.

Een retailer kan een visualisatie ontvangen van zijn eigen winkel. Een bedrijf met een wagenpark een mock-up van een voertuig in de eigen huisstijl. Een architect een materiaalbox met toepassingen die specifiek aansluiten op zijn projecten. Dat is de fysieke vertaling van hyperpersonalisatie.

De boodschap verandert dan van “kijk eens wat wij kunnen maken” naar “kijk eens wat wij voor jouw organisatie zouden kunnen maken.

Direct mail krijgt daardoor een andere betekenis

Ook direct mail verdient opnieuw aandacht. RRD onderzocht in 2025 de veranderende rol van printmarketing. Naast kwantitatief consumentenonderzoek werden twaalf senior marketing- en brandleaders uit verschillende sectoren geïnterviewd. Hun conclusie is niet dat direct mail massaal moet terugkeren. Integendeel: de waarde ligt vooral in gericht, relevant, gepersonaliseerd en gekoppeld aan andere kanalen.

Geïnterviewde marketeers noemen direct mail onder andere relevant voor acquisitie, re-engagement, productintroducties en B2B-prospecting. RRD signaleert bovendien een ontwikkeling waarbij CRM-data en gedragssignalen worden gebruikt om fysieke mail op een specifiek moment te activeren. QR-codes, persoonlijke URL’s en dashboards maken de opvolging vervolgens meetbaarder. Dat is iets totaal anders dan 10.000 identieke folders versturen.

Voor een bedrijf dat een belangrijke opdracht van €100.000 probeert binnen te halen, kunnen vijftig hoogwaardige, gepersonaliseerde mailpacks aan precies de juiste prospects commercieel interessanter zijn dan duizenden generieke contacten. De waarde verschuift van volume naar relevantie.

Van direct mail naar Proof Box

En waarom stoppen bij een brief? Hier zie ik een concrete kans voor onze industrie om een stap verder te gaan: de Proof Box. Dit is geen term uit één van de genoemde onderzoeken, maar een praktische vertaling van wat de onderzoeken gezamenlijk laten zien.

Forrester constateert namelijk dat zakelijke koopbeslissingen steeds meer mensen raken. Een gemiddelde B2B-aankoop wordt volgens hun onderzoek inmiddels beïnvloed door dertien interne stakeholders en negen externe betrokkenen. Bij 73% van de onderzochte aankopen zijn drie of meer afdelingen betrokken.

De marketingmanager die enthousiast is over een voorstel moet het misschien nog verdedigen tegenover directie, procurement, finance, operations en sustainability. Dan kan een fysieke Proof Box waardevol worden. Denk aan een materiaalmonster, prototype, visualisatie, klantcase, technische onderbouwing, duurzaamheidsinformatie, certificering en een QR-code naar aanvullende video of online informatie.

Daarmee verkoopt de leverancier niet alleen aan zijn directe contactpersoon. Hij geeft die contactpersoon ook de middelen om de oplossing intern te verkopen.

Want B2B-kopers kopen ook zekerheid

LinkedIn en Bain hebben voor deze ontwikkeling in 2026 het begrip Buyability geïntroduceerd. Hun onderzoek laat zien hoe belangrijk risicobeleving in zakelijke aankopen is. 40% van de deals die vastlopen, strandt volgens het onderzoek doordat de buying group intern geen overeenstemming bereikt, niet omdat een concurrent aantoonbaar beter is.

Nog opvallender: een leverancier is volgens het onderzoek twintig keer waarschijnlijker om gekozen te worden wanneer de volledige buying group het merk vanaf het begin kent en vertrouwt, vergeleken met een situatie waarin alleen de inhoudelijke contactpersoon het merk kent. Bij 81% van de aankopen werd gekozen voor een leverancier die vrijwel iedereen binnen de buying group al kende. Slechts 4% ging naar een leverancier die alleen bekend was bij de afdeling die hem had voorgesteld.

Het gaat dus niet alleen om productkwaliteit. Een zakelijke koper vraagt zich ook af: kan ik deze keuze tegenover mijn collega’s verdedigen? Dat maakt bewijs belangrijk.

Klanten zijn misschien wel je sterkste verkopers

Nog een cijfer uit hetzelfde LinkedIn/Bain-onderzoek onderstreept dat. Wanneer leveranciers allemaal min of meer aan de functionele eisen voldoen, zijn kopers drie keer zo geneigd te kiezen voor een leverancier die sterk wordt aanbevolen door peers of bestaande klanten dan voor een leverancier die alleen een beter product of een lagere prijs belooft.

Een eerdere eigen positieve ervaring met een leverancier maakt de kans op keuze zelfs vier keer groter. Daar ligt voor Print & Sign een enorme kans. Ons werk is zichtbaar. Een vernieuwde winkel, opvallende beursstand, bijzonder interieur, gewrapt wagenpark, gevel, doosletter, verpakking of spectaculaire applicatie kan niet alleen worden gefotografeerd. Het kan een complete klantcase worden. Niet alleen vertellen wat er is gemaakt, maar ook waarom, met welke uitdaging, welke techniek en met welk resultaat. Customer advocacy wordt daarmee acquisitie.

Fysiek en digitaal moeten samenkomen

Print hoeft daarbij helemaal niet tegenover digitaal te staan. Integendeel. Een gedrukt sample kan via QR verwijzen naar een video. Een direct-mailstuk naar een persoonlijke landingspagina. Een display naar een configurator. Een materiaalmonster naar informatie over herkomst, recycling of CO₂-impact.

Zo ontstaat phygital communicatie: fysiek trekt de aandacht en creëert beleving, digitaal zorgt voor verdieping, interactie en meetbaarheid. McKinsey’s constatering dat B2B-kopers gemiddeld tien kanalen gebruiken, ondersteunt precies die gedachte. De klant denkt niet in “print” of “online”. Hij beweegt voortdurend tussen kanalen. De kans ligt dus niet in print tegenover digitaal, maar in print verbonden met digitaal.

Duurzaamheid wordt eveneens onderdeel van het bewijs

Ook duurzaamheid past in die ontwikkeling.

De FESPA Print Census meldt dat 72% van de printbuyers duurzame producten en/of duurzame productiemethoden meeweegt. Tegelijkertijd geeft 70% van de printserviceproviders aan aan die vraag te kunnen voldoen zonder de prijzen te verhogen; nog eens 22% heeft wel prijzen verhoogd zonder negatieve invloed op de verkoop te ervaren.

Dat suggereert dat duurzaamheid niet alleen een kosten- of compliancevraagstuk is. Het kan onderdeel worden van de commerciële waardepropositie. Maar dan moet een leverancier het wel aantoonbaar maken.

Niet alleen zeggen: “wij zijn duurzaam”, maar informatie kunnen laten zien over materialen, herkomst, processen, certificeringen, recycling en aantoonbare impact. Opnieuw komen we uit bij hetzelfde woord: bewijs.

Misschien moeten we daarom een andere vraag gaan stellen

Print- en signbedrijven worden nu nog vaak aan het einde van het marketingproces ingeschakeld. De campagne is bedacht. Het ontwerp is gemaakt. Het aantal middelen is bepaald. En daarna zoekt men een bedrijf die het snel, goed en tegen een concurrerende prijs kan produceren.

Maar de ontwikkelingen in B2B-acquisitie bieden de industrie de kans om eerder aan tafel te komen. Niet beginnen met de vraag: “Wat wilt u laten printen?” Maar met: “Welke klanten wilt u bereiken, wat moet bij hen blijven hangen en welk bewijs hebben zij nodig om uiteindelijk voor u te kiezen?”

Het uitgangspunt is dan om te bepalen welke print, signing, personalisatie, direct mail, displays, events, samples, digital signage en online communicatie geschikt is en met elkaar kan worden verbonden. Dat verandert ook de positie van de leverancier. Van producent naar communicatiepartner. Van orderverwerker naar probleemoplosser. Van vierkante meters verkopen naar commerciële impact creëren.

De onderzoeken van 6sense, Gartner, McKinsey, Forrester en LinkedIn/Bain wijzen allemaal in dezelfde richting: B2B-kopers onderzoeken meer zelf, maken eerder keuzes, gebruiken meer kanalen en AI, betrekken grotere groepen bij beslissingen en zoeken steeds nadrukkelijker naar vertrouwen en bevestiging.

En precies daarin kan Print & Sign iets bijzonders toevoegen. Want in een wereld waarin steeds meer informatie digitaal en door AI wordt geproduceerd, kan iets dat je werkelijk kunt zien, voelen, ervaren en doorgeven juist opnieuw bijzonder krachtig worden. Misschien is dat wel de grootste kans:

niet méér communicatie produceren, maar communicatie maken die helpt om gekozen te worden.

Op vrijdag 4 september buigt een vijfkoppige vakjury zich over de inzendingen voor de FESPA Nederland Innovatie Award 2026. Een initiatief waarmee FESPA Nederland innovaties uit de volle breedte van de print- en signindustrie zichtbaar wil maken.

En die breedte is duidelijk terug te zien in de inzendingen. Innovatie blijkt namelijk lang niet altijd te betekenen dat er een compleet nieuwe technologie wordt ontwikkeld. Vernieuwing kan net zo goed ontstaan door materialen anders toe te passen, bestaande productietechnieken slim te combineren, processen te digitaliseren of een nieuw businessmodel te ontwikkelen.

Juist daardoor staat de jury voor een interessante uitdaging.

Innovatie laat zich niet in één hokje plaatsen

De print- en signindustrie bestaat uit veel verschillende disciplines. Wat binnen het ene segment een belangrijke technologische doorbraak is, kan binnen een ander segment juist draaien om materiaalgebruik, automatisering, duurzaamheid of een geheel nieuwe toepassing.

De inzendingen kunnen daardoor nauwelijks één-op-één met elkaar worden vergeleken. De centrale vraag voor de jury wordt daarom niet: welke innovatie is technisch het meest ingewikkeld? 

Maar vooral: wat maakt deze inzending werkelijk vernieuwend én relevant voor onze industrie?

Om de verschillende innovaties toch op een zo evenwichtig mogelijke manier te kunnen beoordelen, werkt de jury met zes beoordelingscriteria.

Innovatie & originaliteit kijkt naar wat er werkelijk nieuw is aan de oplossing. Gaat het om een verbetering van iets bestaands of is er daadwerkelijk een andere manier van denken, produceren of toepassen ontstaan?

Daarnaast wordt gekeken naar techniek & vakmanschap. Welke technische uitdagingen moesten worden opgelost? Welke kennis van materialen, productieprocessen of installatietechnieken was daarvoor nodig? En zijn bestaande technieken misschien op een verrassende manier met elkaar gecombineerd?

Ook duurzaamheid speelt een belangrijke rol. Denk aan het verminderen van materiaalgebruik, energie en afval, maar ook aan levensduur, reparatie, hergebruik en recycling. Daarbij is vooral relevant of de duurzaamheidswinst daadwerkelijk kan worden onderbouwd.

Van digitalisering tot waarde voor de klant

Innovatie binnen onze industrie wordt steeds vaker mogelijk gemaakt door digitalisering & technologie. Software, data, automatisering, AI en digitale productietechnieken kunnen processen slimmer en efficiënter maken, maar ook compleet nieuwe toepassingen mogelijk maken.

Minstens zo belangrijk is uiteindelijk wat een innovatie betekent voor degene die ermee werkt of het product gebruikt. Bij waarde voor klant of gebruiker kijkt de jury daarom naar het concrete probleem dat wordt opgelost. Wordt iets sneller, makkelijker, flexibeler, mooier, duurzamer of betaalbaarder?

Tot slot wordt gekeken naar de potentie voor de industrie. Kan een innovatie breder worden toegepast? Kan zij andere ondernemers inspireren? En bestaat de mogelijkheid dat de innovatie uiteindelijk een bestaande werkwijze of zelfs een deel van de markt verandert?

Vijf juryleden, vijf verschillende invalshoeken

Juist omdat de inzendingen uit verschillende disciplines komen, is gekozen voor een jury waarin uiteenlopende kennis en ervaring samenkomen. De jury bestaat uit Wouter Mooij, Wim Danhof, Cees Bolijn, Graeme Richardson-Locke en Eduard Hoogendijk.

Wouter Mooij – hoofdredacteur Sign Benelux
Als hoofdredacteur van Sign Benelux volgt Wouter de ontwikkelingen binnen de signindustrie al jarenlang op de voet. Hij ziet veel nieuwe projecten, technieken, toepassingen en marktontwikkelingen voorbijkomen en kan daardoor goed beoordelen wanneer iets werkelijk onderscheidend is. Zijn kennis van makers, toepassingen en trends brengt vooral het perspectief van de sign- en visuele communicatie-industrie in de jury.

Wim Danhof – hoofdredacteur PRINTmatters
Wim bekijkt de grafische industrie vanuit een brede invalshoek. Als hoofdredacteur van PRINTmatters houdt hij zich bezig met onderwerpen als bedrijfsstrategie, nieuwe businessmodellen, productie, materialen en technologische ontwikkelingen. Daarmee brengt hij zowel een generalistische als inhoudelijke blik op innovatie binnen print mee. Wim is daarnaast juryvoorzitter van de PRINTmatters Awards 2026.

Cees Bolijn – expert in sign, print en automatisering
Cees heeft meer dan 35 jaar ervaring op het gebied van sign, print en automatisering. Zijn kennis van digitale workflows, automatisering en technologische ontwikkelingen maakt hem bij uitstek geschikt om te kijken naar innovaties waarin productie, software en slimme procesoplossingen samenkomen. Daarbij is hij zelf bekend van spraakmakende innovaties, zoals de Inhaker.

Graeme Richardson-Locke – Head of Associations & Technical Lead bij FESPA
Graeme brengt een internationaal en sterk technisch perspectief mee. Hij heeft tientallen jaren ervaring binnen screen- en digitale print en houdt zich bij FESPA onder andere bezig met techniek, industriestandaarden en duurzaamheid. Ook maakt hij deel uit van internationale vakcommissies en is hij al jarenlang betrokken bij de beoordeling van de internationale FESPA Awards. Daarmee kan hij de Nederlandse inzendingen ook plaatsen binnen ontwikkelingen die wereldwijd in de print- en signindustrie plaatsvinden.

Eduard Hoogendijk – Managing Director FESPA Nederland
Als Managing Director van FESPA Nederland kijkt Eduard vanuit het perspectief van de vereniging naar de ontwikkeling van de totale print- en signindustrie. Daarbij staan toekomstbestendig ondernemerschap, kennisontwikkeling en het verbinden van verschillende disciplines binnen visuele communicatie centraal. Binnen de jury brengt hij die brede industrieblik mee en bewaakt hij dat niet alleen naar de innovatie zelf wordt gekeken, maar ook naar de mogelijke betekenis ervan voor de sector.

Daarmee ontstaat een jury waarin sign, print, techniek, digitalisering, ondernemerschap, duurzaamheid en internationale marktkennis samenkomen. Dat is belangrijk, omdat er juist geen voorkeur moet ontstaan voor één bepaalde discipline of type innovatie.

Veel innovatie blijft nog achter gesloten deuren

In de aanloop naar de award werd ook iets anders duidelijk. Er gebeurt binnen print en sign veel meer aan innovatie dan van buitenaf soms zichtbaar is.

Veel bedrijven reageerden enthousiast op het initiatief en blijken dagelijks bezig te zijn met nieuwe toepassingen, producten, processen en technieken. Tegelijkertijd is het niet voor iedereen vanzelfsprekend om een innovatie direct naar buiten te brengen.

Soms bevindt een ontwikkeling zich nog te vroeg in het proces. In andere gevallen willen bedrijven hun concurrenten nog niet laten zien waaraan zij werken. Die voorzichtigheid is begrijpelijk, maar maakt tegelijkertijd duidelijk hoeveel vernieuwingskracht er binnen de industrie aanwezig is.

Dat maakt de inzendingen die wél zijn ingediend extra interessant. De ondernemers achter deze projecten kiezen ervoor hun ideeën, kennis en vakmanschap zichtbaar te maken en daarmee mogelijk ook anderen binnen de industrie te inspireren.

Van inzending naar drie genomineerden

Tijdens de jurering worden de inzendingen eerst afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de zes criteria. Daarna legt de jury de bevindingen naast elkaar en volgt de discussie.

En juist die discussie kan interessant worden. Want hoe vergelijk je bijvoorbeeld een slimme digitale toepassing met een bijzondere materiaalinnovatie? Of een nieuw productieproces met een compleet nieuw businessmodel?

Uiteindelijk moeten er uit de inzendingen drie genomineerden overblijven.

Via de website van FESPA Nederland en de vakmedia zal daarna meer bekend worden gemaakt over deze drie innovaties en de bedrijven erachter.

De uiteindelijke winnaar wordt bekendgemaakt tijdens de Print & Sign Awards op dinsdag 10 november 2026 in Raamsdonksveer, waar ook de Sign Benelux Awards en PRINTmatters Awards worden uitgereikt.

Wie er gaat winnen, weten we dus nog niet. Wat nu al wel duidelijk is: innovatie binnen de print- en signindustrie zit niet alleen in grote technologische doorbraken. Ze ontstaat juist ook door ondernemers die anders durven kijken naar materialen, processen, technieken, samenwerking en klantvragen.

En precies die vernieuwingskracht willen we met de FESPA Nederland Innovatie Award een podium geven.